Grond-, weg- en waterbouw

De grond-, weg- en waterbouw (GWW) is een van de grootste materiaalverbruikers van Nederland. Ieder jaar wordt meer dan 20 miljoen ton [bron: SKAO (2018), op weg naar een klimaatneutrale infrasector] materialen ingezet om onze wegen, kanalen, kunstwerken (bruggen, sluizen e.d.) en ondergrondse infrastructuur uit te breiden en te verbeteren. Vaak zijn objecten technisch niet heel complex, en liggen deze er voor een langere periode.

Aspecten van circulaire GWW

Circulaire principes in de GWW richten zich dan ook vaak op het materiaalniveau. Denk daarbij aan het hergebruik van bestaand materiaal, het verlengen van de levensduur van objecten of materialen, of – bij tijdelijke werken – aan toekomstige demontage. Bij het toepassen van circulaire principes in de GWW gaat het daarom vaak om drie aspecten:

  • Ontwerp voor aanpasbaarheid
  • Ontwerp voor demontage
  • Milieu-impact van toegepaste materialen, rekening houdend met herbruikbaarheid in de toekomst

Stuur bij realisatie van een GWW-project daarbij niet alleen op de realisatiekosten, maar bijvoorbeeld op de Total Cost of Ownership (TCO) of levenscycluskosten (LCC). Valideer daarnaast altijd in een marktconsultatie welke principes op jouw project het beste toepasbaar zijn.

Ontwerp voor aanpasbaarheid

Zo’n 90% van de kunstwerken (de verzamelnaam voor o.a. bruggen, viaducten en sluizen) worden gesloopt omdat ze functioneel verouderd zijn. Ze bevinden zich echter niet aan het einde van hun levensduur. Aanpasbaarheid op de lange termijn is daarom een belangrijk principe om de levensduur van objecten te kunnen verlengen. Dit geldt vooral voor kunstwerken.

Om de aanpasbaarheid te verhogen is bijvoorbeeld een set met standaardverbindingen ontwikkeld voor een ophaalbrug. Voor dit Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen (IFD-bouwen) is een Nederlandse Technische Afspraak ontwikkeld. In deze NTA zijn standaardafmetingen gegeven voor de verbindingspunten tussen verschillende onderdelen van een brug, zodat deze eenvoudig te vervangen zijn en onderdelen in de toekomst op andere bruggen toe te passen zijn. Op dit moment wordt de realisatie van de eerste twee nieuwe bruggen op basis van IFD voorbereid.

Ontwerp voor demontage

Het kan voorkomen dat er een tijdelijke behoefte ontstaat voor een bepaald werk, zoals een viaduct of een fietspad. Ook kan de wens bestaan om een product in de toekomst weer te kunnen demonteren. Er worden dan ook steeds meer circulaire GWW-concepten ontwikkeld die aansluiten op die behoeften. Denk bijvoorbeeld aan Plastic Road, een fietspad van plastic afval. Of aan het circulaire viaduct van Van Hattum & Blankevoort, dat in opdracht van Rijkswaterstaat is ontwikkeld en na zijn gebruiksperiode weer elders kan worden neergelegd.

Ook is er recent een circulaire weg gerealiseerd door Dura Vermeer: het bedrijf heeft de weg als dienst aangeboden aan de Provincie Overijssel, inclusief onderhoud en het weghalen van de weg aan het einde van de levensduur.

Milieu-impact van toegepaste materialen

Bij veel GWW-projecten is de opgave relatief eenvoudig: het aanleggen van een object, met een vooraf vastgesteld ontwerp. Daar kan milieuwinst worden behaald door te sturen op de milieu-impact van toegepaste materialen, bijvoorbeeld met behulp van een levenscyclusanalyse (LCA). Een LCA meet de milieu-impact van het gehele productiesysteem dat nodig is voor het aanleveren van materialen: gebruikte energie, extra materialen, transport en emissies worden allemaal meegenomen. Uit de meeste LCA’s blijkt dat de impact van hergebruikte materialen vaak relatief klein is in vergelijking met nieuwe materialen. Instrumenten als DuboCalc of EcoChain kunnen helpen om deze impact te bepalen.

Investeringskosten, TCO en LCC

In de GWW wordt nog steeds veel ingekocht op basis van prijs, waarbij de nadruk ligt op de prijs voor realisatie. Om circulaire ambities te realiseren is het belangrijk om ook naar de prestaties over de levensduur van producten te kijken. Dat vraagt een andere kijk op kosten. Het sturen op een Total Cost of Ownership (TCO) of levenscycluskosten (LCC) ligt daarom meer voor de hand. De opbouw van deze verschillende kosten is weergegeven in onderstaande figuur.

Verschillende manieren om naar kosten te kijken. Bron: PIANOo (2016) Levenscycluskosten als gunningscriterium
Verschillende manieren om naar kosten te kijken. Bron: PIANOo (2016) Levenscycluskosten als gunningscriterium

 

Aandachtspunten

  • Kies duidelijk op welke circulaire principes je wilt inzetten, en maak dit vooraf duidelijk aan marktpartijen.
  • Zoek naar mogelijkheden om beheer en onderhoud gezamenlijk met de realisatie aan te besteden: dan hebben marktpartijen een prikkel om meer kwaliteit te leveren.

Praktijkvoorbeelden

Achtergrondinformatie

Tool - DuboCalc

DuboCalc helpt om de milieu-impact van een werk inzichtelijk te maken, op basis van data uit de nationale milieudatabase.

Tool - EcoChain

EcoChain helpt om de milieu-impact van een werk inzichtelijk te maken, op basis van data van toeleveranciers en ketenpartijen of data uit de nationale milieudatabase.

Suggesties en/of aanvullingen?